Korte weetjes

Geen kort lontje
Om een perfecte kaars te maken, heb je een fijngeweven lont van 100% katoen nodig. Voor de meeste kaarsen wordt een vlakke lont gebruikt, die na het weven is behandeld met stoffen die het verbrandingsproces reguleren. Deze zorgen ervoor dat de vlam stabiel brandt maar ook dat de lont niet na het doven blijft nagloeien en daardoor verdwijnt in de kaars.
Bezige bijen
Er zijn maar liefst een half miljoen bijen nodig om één pond bijenwas te maken.
Geschiedenis van de kaars

Metamorfose van de kaars

Van lichtbron...

Lange tijd was de kaars, met de olielamp en het haardvuur, het enige middel om licht in de duisternis te brengen.  Naast licht brachten de kaarsen van toen echter ook roet en rook: de grondstoffen die gebruikt werden, zoals dierlijk vet, zorgden immers voor een onregelmatige verbranding.

Het is dan ook geen wonder dat nieuwe, schonere lichtbronnen zoals gas- en petroleumverlichting met open armen werden ontvangen. En toen rond 1900 de elektrische verlichting werd geïntroduceerd, was er helemaal geen houden aan. De kaars werd langzaam maar zeker verdrongen. Alleen in de kerken werden kaarsen nog trouw gebruikt.

... naar sfeermaker!

Eind jaren 60 van de vorige eeuw kwam de kentering. Kaarslicht werd De kaars als sfeermakerherontdekt, nu als sfeermaker.  Dankzij verbeterde productieprocessen en andere grondstoffen brandden kaarsen ook schoner en gelijkmatiger. Steeds meer mensen bootsten de magische sfeer na die zij in chique restaurants ervoeren door thuis kaarsen op te steken.

Ruim veertig jaren later is de kaars niet meer weg te denken bij feestelijke gelegenheden en andere momenten die we iets extra’s mee willen geven. Dankzij de eigentijdse kleuren en verschillende formaten waarin zij verkrijgbaar zijn, passen de kaarsen van nu in elk interieur, modern of traditioneel, sober of kleurrijk. De lichtbron van toen is de sfeermaker van nu!