Metamorfose van de kaars
Van lichtbron...
Lange tijd was de kaars, met de olielamp en het haardvuur, het enige middel om licht in de duisternis te brengen. Naast licht brachten de kaarsen van toen echter ook roet en rook: de grondstoffen die gebruikt werden, zoals dierlijk vet, zorgden immers voor een onregelmatige verbranding.
Het is dan ook geen wonder dat nieuwe, schonere lichtbronnen zoals gas- en petroleumverlichting met open armen werden ontvangen. En toen rond 1900 de elektrische verlichting werd geïntroduceerd, was er helemaal geen houden aan. De kaars werd langzaam maar zeker verdrongen. Alleen in de kerken werden kaarsen nog trouw gebruikt.
... naar sfeermaker!
Eind jaren 60 van de vorige eeuw kwam de kentering. Kaarslicht werd

herontdekt, nu als sfeermaker. Dankzij verbeterde productieprocessen en andere grondstoffen brandden kaarsen ook schoner en gelijkmatiger. Steeds meer mensen bootsten de magische sfeer na die zij in chique restaurants ervoeren door thuis kaarsen op te steken.
Ruim veertig jaren later is de kaars niet meer weg te denken bij feestelijke gelegenheden en andere momenten die we iets extra’s mee willen geven. Dankzij de eigentijdse kleuren en verschillende formaten waarin zij verkrijgbaar zijn, passen de kaarsen van nu in elk interieur, modern of traditioneel, sober of kleurrijk. De lichtbron van toen is de sfeermaker van nu!