Accessoires 

  1. Kaarssnuiter

  2. Kaarsenpassingen

  3. Kaarsenslijper

  4. Druppelvangers (bobeches)

  5. Hechtwasrondjes

  6. Kaarsendover

  7. Kaarsenhouders



1. Kaarssnuiter
Een kaarssnuiter is een speciale kaarsenschaar waarmee u gemakkelijk de lont kunt inkorten tot de aanbevolen lengte van 10 tot 15 millimeter. Wanneer u deze schaar gebruikt, valt er geen afval in de brandschotel.

2. Kaarsenpassingen
Wanneer er veel ruimte is tussen de kaars en de kandelaar kunt u het beste kaarsenpassingen gebruiken. Met een aluminium vorm zet u de kaars in de kandelaar vast.

3. Kaarsenslijper
Met een kaarsenslijper kunt u eenvoudig een conische onderzijde aan de kaars slijpen.

4. Druppelvangers (bobeches)
Een bobeche is een glazen of metalen ring die u om de kaars heen kunt plaatsen. Dit voorkomt dat er gesmolten kaarsvet op uw kandelaar terechtkomt.

5. Hechtwasrondjes
Hechtwasrondjes kunt u onder de kaars aanbrengen. Dit kaarsvet verankert de kaars in de kandelaar.

6. Kaarsendover
Doof de kaars altijd met een kaarsendover/ domper. Blaas de kaars bij voorkeur niet uit. Dit voorkomt spatten van het warme kaarsvet.

Doof de kaars met een kaarsendover door die over de lont tot in de vloeibare was te houden. De lont dooft zonder na te gloeien, breekt niet af en wordt voorzien van nieuw kaarsvet voor de volgende keer dat de kaars wordt aangestoken.

7. Kaarsenhouders
Er zijn diverse houders voor kaarsen verkrijgbaar. Dit varieert van kandelaars voor een enkele kaars tot kaarsenschotels voor het branden van een groep van kaarsen. Gebruik een geschikte onbrandbare houder. Sommige kaarsen zijn alleen geschikt voor het branden in speciale houders, ter voorkoming van beschadiging van het oppervlak waar de kaars op staat. Plaats kaarsen nooit op een brandbare ondergrond of in de buurt van brandbare materialen, zoals gordijnen.